Home » Trefwoorden » NLP – Neurolinguïstisch Programmeren

19-02-2011

Rating:

Met dank aan uitgeverij Academia Press te Gent. Met hun toestemming mogen we hier een samenvatting publiceren van de kernpunten uit het boek “De HR-ballon. 10 populaire praktijken doorprikt”.

http://www.academiapress.be/de-hr-ballon.html

Wat is NLP?

NLP of Neuro-Linguistic Programming™ is een beschermde benaming voor een zogenaamde therapeutische methode alsook voor de bijhorende opleidingen tot NLP-practitioner.

Wat geloven mensen?

De mensen die NLP ondergaan:

  • je kan jezelf, je eigen persoonlijkheid grondig verbouwen, je kan iemand anders worden: ‘Frogs into Princes’
  • je kan, door je taalgebruik aan te passen, anderen manipuleren – bijzonder handig in de verkoop bijvoorbeeld, en daarom daar erg populair!

De mensen die zich laten opleiden tot ‘practitioner’ (let u op het speciaal taalgebruik):

  • het belooft iemand tot specialist van de menselijke geest en effectieve therapeut te maken… zonder dat men bijvoorbeeld de lange en intensieve opleiding van klinisch psycholoog hoeft te volgen
  • je kan een ander niveau bereiken dan met reguliere psychotherapie mogelijk is (wat dit ander niveau is… daar heeft u het raden naar)

NLP beweert dat er een zogenaamd PRS of Primary Representational System zou bestaan. Dit zou dan leiden tot een bepaalde voorkeur voor taalgebruik of zou een invloed hebben op de blikrichting.

Waarom geloven mensen dit?

  • Het lijkt aantrekkelijk en mysterieus om je te kunnen herprogrammeren.
  • Men spuit mist door te doen alsof NLP wetenschappelijk is of wetenschappelijk erkend is, quod non.

Wat zijn de wetenschappelijke feiten?

  •  NLP wordt nauwelijks of niet in de peer-reviewed onderzoeksartikelen vermeld waarin bonafide therapieën vergeleken worden. NLP speelt geen rol in serieus onderzoek naar de effectiviteit van therapieën. Ook in de linguïstiek en de neurologie ontbreekt NLP volledig.
  • Richard Bandler en John Grinder bedachten NLP : Richard Bandler was een wiskundige, Grinder een taalkundige en geen van beiden heeft ooit psychologie gestudeerd.
  •  De term ‘neuro-linguïstisch’ heeft volgens hoogleraar Willem J.M. Levelt, voormalig directeur en oprichter van het Max-Planck-Instituut voor Psycholinguïstiek te Nijmegen in Nederland, niets met neurolinguïstiek te maken. De neurolinguïstiek onderzoekt hoe het spreken en het begrijpen van taal door de hersenen wordt mogelijk gemaakt en gestuurd.
  • Ondanks pogingen tot wetenschappelijke verpakking slagen de beoefenaars van NLP er zelf niet in exact te beschrijven wat NLP precies doet. En als er al een herkenbare claim door de NLP-ers naar voor geschoven wordt, trapt die open deuren in.

Niettemin heeft NLP een aantal mythes over de werking van taal en hersenen in het leven geroepen die ondertussen buiten de NLP-kringen een eigen leven zijn gaan leiden. Er zijn een aantal mythes die in het boek “De HR-ballon” stuk voor stuk ontkracht worden:

Mythe 1: de voorkeur voor taalgebruik

Kortom, om een meer wetenschappelijke benadering te vinden van de relatie tussen denken en taal moeten we bij disciplines zoals de psycholinguïstiek en de conversatieanalyse zijn, niet bij NLP.

Mythe 2: “Matching” dankzij taalgebruik

Ook dit werd onderzocht en …het werkt niet . Cody stelde zelfs vast dat “NLP-therapeuten” die bewust probeerden aan taal-matching te doen, door de behandelde als “minder betrouwbaar” en “minder effectief” werden beschouwd.

Mythe 3: Je blikrichting toont wat je denkt

Jammer maar helaas voor NLP: de richting van de oogbewegingen blijkt niets te zeggen over de hersenactiviteit en zegt dus evenmin iets over het zogenaamde Primary Representation System of PRS.

Mythe 4: Hypnose verbetert ons geheugen en ons denken

Alhoewel betrouwbaar onderzoek schaars is, is het enige bewezen hypnose-resultaat tot op heden dat het helpt mensen in een meer gerelaxeerde toestand te brengen. Er zijn ook al enkele veelbelovende studies voor het bestrijden van pijn waardoor de dosis anesthetica bij chirurgische ingrepen kan verminderen. In België wordt dit laatste bij-voorbeeld al enkele jaren toegepast door Dr. Faymonville, anesthesiste in het universitair hospitaal van Luik.

Mythe 5: Ankers helpen om je beter te voelen

Helaas, empirisch onderzoek heeft er anders over beslist: de ankers werken niet en roepen geen positieve gevoelens op .

NLP als therapie?

NLP werd zelfs nooit opgenomen in vergelijkend onderzoek met bonafide therapieën. Enkele spaarzame onderzoeken waarin NLP betrokken was tonen het tegendeel aan: NLP is niet werkzaam bij de behandeling van angst en het PRS of de therapie als geheel werken niet . Een onderzoek van Druckman en Swets van de United States National Research Council uit 1988 was vernietigend: geen enkele van de tot dan toe gepubliceerde studies kon aantonen dat de aannames van NLP juist waren. Ook de effectiviteit kon niet aangetoond worden. Hun besluit: “The committee cannot recommend the employment of such an unvalidated technique”.

Conclusie: Duur en onbewezen

Lilienfeld en co geven ons tenslotte ook de geheime formule van NLP: “(Quick Fix + Pseudoscientific Gloss) x Credulous Public = High Income”.

Verwijzingen

Bandler, R. (1975). The Structure of Magic: A Book About Language and Therapy. Palo Alto. Science & Behavior Books.

Bandler, R., Grinder, J. (1979). Frogs into princes. Moab, Real People Press. Utah.

Buckner, M., Meara, N., Reese, M.J. and Reese, N. (1987). Eye movement as an indicator of sensory components in thought. Journal of Counselling Psychology, Vol 34 (3), blz. 283-287.

Chambless, D. L., & Ollendick, T. H. (2001). Empirically supported psycholo-gical interventions: Controversies and evidence. Annual Review of Psycho-logy, 52, blz. 685-716.

Geiselman, R. et al. (1985). Eyewitness memory enhancement in the police interview: Cognitive retrieval mnemonics versus hypnosis. Journal of Ap-plied Psychology. Vol 70(2), blz. 401-412.

Goldin-Meadow, S. (2003). Hearing gesture: How our hands help us thin. Cambridge, MA: Harvard University Press.

Grinder, J. (1975). The Structure of Magic: A Book About Communication and Change. Palo Alto, CA: Science & Behavior Books.

Howard, K. I., Krause, M. S., Saunders, S. M., & Kopta, S. M. (1997). Trials and tribulations in the meta-analysis of treatment differences: Comment on Wampold et al. (1997). Psychological Bulletin, 122, blz. 221-225.

Hunsley, J., & Johnston, C. (2000). The role of empirically supported treat-ments in evidence-based psychological practice: A Canadian perspective. Clinical Psychology: Science and Practice, 7, blz. 269-272.

Hunsley, J., & Di Giulio, D. (2002). Dodo Bird, Phoenix, or Urban Legend? The Question of Psychotherapy Equivalence. The Scientific Review of Mental Health Practice, Volume 1.

Liossi et al. (2006). Randomized Clinical Trial of Local Anesthetic Versus a Combination of Local Anesthetic With Self-Hypnosis in the Management of Pediatric Procedure-Related Pain. Health Psychology. vol 25(3), blz. 307-315.

Luborsky, L., Diguer, L., Luborsky, E., Singer, B., Dickter, D., & Schmidt, K. A. (1993). The efficacy of dynamic psychotherapies: Is it true that “Everyone has won and all must have prizes”? In M. E. Miller, L. Luborsky, J. P. Barber, & J. P. Docherty (Eds.), Psychodynamic treatment research: A handbook for clinical practice, blz.. 497-516. New York: Basic Books.

Luborsky, L., Diguer, L., Seligman, D. A., Rosenthal, R., Krause, E. D., Johnson, S., Halperin, G., Bishop, M., Berman, J. S., & Schweizer, E. (1999). The researcher’s own therapy allegiance: A “wild card” in compari-sons of treatment efficacy. Clinical Psychology: Science and Practice, 6, blz. 95-106.

Luborsky, L., Singer, B., & Luborsky, E. (1975). Comparative studies of psychotherapies: Is it true that “Everybody has won and all must have prizes”? Archives of General Psychiatry, 32, blz. 995-1008.

Patterson, D & Jensen, M. (2003). Hypnosis and clinical pain. Psychological Bulletin. vol 129(4), blz. 495-521.

Reid, W. J. (1997). Evaluating the Dodo’s verdict: Do all interventions have equivalent outcomes? Social Work Research, 21, blz. 5-16.

Rosenzweig, S. (1936). Some implicit common factors in diverse methods of psychotherapy. American Journal of Orthopsychiatry, 6, blz. 412-415.

Schlichting, L. (1996). Discovering syntax: an empirical study in Dutch lan-guage acquisition. Nijmegen University Press.

Shadish, W. R., Matt, G. E., Navarro, A. M., & Phillips, G. (2000). The effects of psychological therapies under clinically representative conditions: A meta-analysis. Psychological Bulletin, 126, blz. 512-529.

Shadish, W. R., & Sweeney, R. B. (1991). Mediators and moderators in meta-analysis: There’s a reason why we don’t let Dodo birds tell us which psychotherapies should have prizes. Journal of Consulting and Clinical Psychology, 59, blz. 883-893.

Sheehan, P. & Tilden, J. (1983). Effects of suggestibility and hypnosis on accurate and distorted retrieval from memory. Journal of Experimental Psy-chology: Learning, Memory, and Cognition. Vol 9(2), blz. 283-293.

Smith, M. L., Glass, G. V., & Miller, T. I. (1980). The benefits of psychotherapy. Baltimore: Johns Hopkins University Press.

Tolin, D.F. (2010). Is cognitive–behavioral therapy more effective than other therapies?: A meta-analytic review. Clinical Psychology Review, vol. 30, 6, blz. 710-720.

Wampold, B. E., Mondin, G. W., Moody, M., & Ahn, H. (1997). The flat earth as a metaphor for the evidence for uniform efficacy of bona fide psychotherapies: Reply to Crits-Christoph (1997) and Howard et al. (1997). Psychological Bulletin, 122, bmz 226-230.

Wampold, B. E., Mondin, G. W., Moody, M., Stich, F., Benson, K., & Ahn, H. (1997). A meta-analysis of outcome studies comparing bona fide psy-chotherapies: Empirically, “All must have prizes.” Psychological Bulletin, 122, blz. 203-215.

Weiss, B., & Weisz, J. R. (1995). Relative effectiveness of behavioral versus nonbehavioral child psychotherapy. Journal of Clinical and Consulting Psy-chology, 63, blz. 317-320.

Weisz, J. R., Weiss, B., Alicke, M. D., & Klotz, M. L. (1987). Effectiveness of psychotherapy with children and adolescents: A meta-analysis for clinicians. Journal of Consulting and Clinical Psychology, 55, blz. 542-549.

Weisz, J. R., Weiss, B., Han, S. S., Granger, D. A., & Morton, T. (1995). Effects of psychotherapy with children and adolescents revisited: A meta-analysis of treatment outcome studies. Psychological Bulletin, 117, blz. 450-468.

Wobst, A. (2007). Hypnosis and Surgery: Past, Present, and Future. Anasthesia and Analgesia. vol104 (5).1199-208.

Yuille, John C., Hope McEwan, N. (1985). Use of hypnosis as an aid to eye-witness memory. Journal of Applied Psychology. Vol 70(2), blz. 389-400.

Overzicht artikels en boeken over fundamentele bezwaren tegen NLP

Allen, K. (1982). An investigation of the effectiveness of Neurolinguistic Pro-gramming procedures in treating snake phobics. Dissertation Abstracts In-ternational 43(3), 861-B University of Missouri at Kansas City, 76 pp.

Barnier, A. & McConkey, K. (1992). Reports of real and false memories: The relevance of hypnosis, hypnotizability, and context of memory test. Journal of Abnormal Psychology. Vol 101(3), blz. 521-527.

Beale, R. (1980). The testing of a model for the representation of conscious-ness. Dissertation Abstracts International 41(9), 3565-B 2566-B The Fielding Institute, 126 pp.

Beyerstein, B.L. (1990). Brainscams: Neuromythologies of the New Age, International Journal of Mental Health 19(3). 27-36, 27.

Birholtz, L. (1985). Neurolinguistic Programming: testing some basic assump-tions. Dissertation Abstracts International 42(5), 2042-B The Fielding Insti-tute, 131 pp.

Brandis, A. (1986). A neurolinguistic treatment for reducing parental anger responses and creating more resourceful behavioral options. Disserta-tion-Abstracts International 47(11), 4642-B California School of Professional Psychology, 161 pp.

Carbonell, D. (1985). Representational systems: an empirical approach to Neurolinguistic Programming. Dissertation Abstracts International 46(8), 2798-B DePaul University, 144 pp.

Carrol, R. T. The skeptic’s Dictionary: Neuro-Linguistic Programming.

www.skepdic.com

Coe, W. (1985). An empirical evaluation of the neurolinguistic programming model. International Journal of Clinical and Experimental Hypnosis. Oct Vol 33(4) blz. 310-318.

Cole-Hitchcock, S. (1980). A determination of the extent to which a predomi-nant representational system can be identified through written and verbal communication and eye scanning patterns. Dissertation Abstracts Interna-tional 41(5), B Baylor University, 1980, 134 pp.

Corballis, M. (1999). Mind Myths. Exploring Popular Assumptions About the Mind and Brain in Della Sala (ed.) Wiley, John & Sons, blz. 41.

Cornelis, G. & Magiels, G. (2002). Onzin verkoopt: pseudowetenschappen en de bedrijfswereld, Wonder en is gheen wonder, 2° jaargang nr 4, 12/2002.

Dorn, F. (1983). Assessing primary representational system (PRS) preference for Neurolinguistic Programming (NLP) using three methods. Counselor Education and Supervision; Dec Vol 23(2) blz. 149-156.

Dowd, T. & Hingst, A. (1983). Matching therapists’ predicates: an in vivo test of effectiveness. Perceptual and Motor Skills, 57, blz. 207-210.

Dowd, T. & Pety, J. (1982). Effect of counselor predicate matching on perceived social influence and client satisfaction. Journal of Counseling Psychology, 29(2), blz. 206-209.

Druckman, D & Swets, J.A. (eds.) (1988). Enhancing Human Performance: Issues, Theories, and Techniques, National Academy Press.

Eisner, D. (2000). The Death of Psychotherapy: From Freud to Alien Abducti-ons. Westport, Praeger.

Elich, M. et al (1985). Mental imagery as revealed by eye movements and spoken predicates: A test of neurolinguistic programming. Journal of Coun-seling Psychology, vol 32 (4), blz. 622-625.

Ellickson, J. (1983). Representational systems and eye movements in an interview. Journal of Counseling Psychology, 30(3), 339-345, 1983.

Ellis, J. (1980). Representational systems: an investigation of sensory predicate use in a self-disclosure interview. Dissertation Abstracts International 41(11), 4244-B University of Minnesota, 194 pp. 1980.

Falzett, W. (1979). Matched versus unmatched primary representational systems relationship to perceived trustworthiness in a counseling analogue. Dissertation Abstracts International 41(1), 105-A Marquette University, 100 pp.

Farmer, A. et al (1985). Hypothesized eye movements of neurolinguistic pro-gramming: a statistical artifact. – Percept Mot Skills. 1985 Dec;61(3 Pt 1): 717-8.

Faulkender, N. (1985). “Primary representational system” and task perfor-mance: empirical assessment in prison and normal populations. Dissertation Abstracts International 45(12), 3937-B California School of Professional Psychology at Berkeley, 100 pp.

Grant, J. Devilly (2005). Power Therapies and possible threats to the science of psychology and psychiatry. Australian and New Zealand Journal of Psy-chiatry. Vol. 39 blz. 437.

Graunke, B. (1984). An evaluation of Neurolinguistic Programming: the impact of varied imaging tasks upon sensory predicates. Dissertation Abstracts In-ternational 46(6) University of Houston, 1984, 226 pp

Green, M. (1979). Trust as effected by representational system predicates. Dis-sertation Abstracts International 41(8) 3159-B Ball State University, 130 pp.

Hammer, A. (1980). Language as a therapeutic tool: the effects on the relati-onship of listeners responding to speakers by using perceptual predicates. Dissertation Abstracts International 41 (3), 991-A Michigan State University, 149 pp.

Heap, M. (1988). Neuro-linguistic programming, In M. Heap (Ed.) Hypnosis: Current Clinical, Experimental and Forensic Practices. London: Croom Helm, blz. 268-280.

Heap, M. (1989). Neuro-linguistic programming: What is the evidence? D. Waxman, D. Pedersen, I. Wilkie & P. Mellett (Eds.) Hypnosis: The Fourth European Congress at Oxford. London: Whurr Publishers, pp 118-124.

Hill, E. (1983). An empirical test of the Neurolinguistic Programming concept of anchoring. Dissertation Abstracts International 44(7), 2246-B Washington State University, 126 pp.

Ingalls, J. (1987). Cognition and athletic behavior: an investigation of the NLP principle of congruence. Dissertation Abstracts International 48(7), 2090-B Columbia University Teachers College, 158 pp.

Johannsen, C. (1982). Predicates, mental imagery in discrete sense modes, and levels of stress: the Neurolinguistic Programming typologies. Disserta-tion Abstracts International 43(8), 2709-B United States International University, 207 pp.

Jupp, J. (1989). A further empirical evaluation of neurolinguistic primary rep-resentational systems (PRS). Counselling Psychology Quarterly; Vol 2(4) blz. 441-450.

Kraft, W. (1982). The effects of primary representational system congruence on relaxation in a Neurolinguistic Programming model. Dissertation Abstracts International 43(7), 2372-B Texas A & M University, 95 pp.

Krugman, M. et al. (1985). NLP treatment for anxiety: magic or myth? Journal of Consulting and Clinical Psychologie 53 (4) blz. 526-530, 1985.

Labelle, L. et al. (1990). Hypnotizability, preference for an imagic cognitive style, and memory creation in hypnosis. Journal of Abnormal Psychology. vol 99(3), blz. 222-228.

Lange, D. (1980). A validity study of the construct ’most highly valued repre-sentational system’ in human auditory and visual perceptions. Dissertation Abstracts International 41 (11) 4266-B Louisiana State University and Agri-cultural and Mechanical College, 80 pp.

Levelt, W. (1996). Hoedt u voor NLP, Skepter 9(3), september 1996.

Lilienfeld, S.O. (2007). Psychological Treatments That Cause Harm. Perspectives on Psychological Science, vol. 2, blz.53-70.

Lilienfeld, S. O., Lynn, S. J. and Lohr, J.M. Lohr (Eds.) (2003). Science and Pseudoscience in Clinical Psychology. Guilford Press, New York.

Lilienfeld, S., Lynn, S. & Lohr, J. (2004). Science and Pseudoscience in Clinical Psychology. New York: Guilford Press.

Lilienfeld, S.O., Lynn, S.J., Ruscio, J., & Beyerstein, B.L. (vert. Amy Bais)(2010). De 50 grootste misvattingen in de psychologie.

Loren, M. (1982). The treatment of snake phobias. Dissertation.

Luborsky, L., Singer, B., & Luborsky, E. (1975). Comparative studies of psychotherapies: Is it true that “Everybody has won and all must have prizes”? Archives of General Psychiatry, 32, blz. 995-1008.

McConkey, K. & Kinoshita, S. (1988). The influence of hypnosis on memory after one day and one week. Journal of Abnormal Psychology. vol 97(1), blz. 48-53.

Mickelwait, J. & Woolridge, A (1996). The Witch Doctors: Making Sense of the Management Gurus. Times Books: New York. (vertaald: “De Toverdokters” – Business Bibliotheek, Contact)

Morgan, D. (1993). A scientific Assessment of NLP, in Journal of the National Council for Psychotherapy & Hypnotherapy Register.

Nogrady, H., McConkey, K. & Perry, C. (1985). Enhancing visual memory: Trying hypnosis, trying imagination, and trying again. Journal of Abnormal Psychology. vol 94(2), blz. 195-204.

Orne, M.T. (1979). The use and misuse of hypnosis in court. International Journal of Clinical and Experimental Hypnosis, 27, blz. 311-341.

Pantin, H. (1982). The relationship between subjects’ predominant sensory predicate use, their preferred representational system and self-reported atti-tudes towards similar versus different therapist-patient dyads. Dissertation Abstracts International 43(7), 2350-B University of Miami, 97 pp.

Scoboria, A. et al. (2002). Immediate and persisting effects of misleading questions and hypnosis on memory reports. Journal of Experimental Psy-chology: Applied. vol 8(1), blz. 26-32.

Singer, M. & Lalich J. (1996). Crazy Therapies : What they are? Do they work? New York, NY: Jossey Bass.

Sharpley, C. (1984). Predicate matching in NLP: a review of research on the preferred representational system. Journal of Counselling Psychology. Vol 31(2), blz. 238-248.

Sharpley, C. (1987). Research findings on neurolinguistic programming: non-supportiv data or an untestable theory? Journal of Counseling Psychology. Vol 34 (1), blz. 103-107.

Sheehan, P. et al. (1984). Memory distortion following exposure to false in-formation in hypnosis. Journal of Abnormal Psychology. Vol 93(3), blz. 259-265.

Sokal, A. & Bricmont, J. (1999). Intellectueel bedrog • Postmodernisme, wetenschap en antiwetenschap, Antwerpen: EPO/De Geus.

Wertheim, E. et al. (1986). Test of the neurolinguistic programming hypothesis that eye-movements relate to processing imagery in Percept Mot Skills. 1986 Apr;62(2).523-9.

Williams, W F. (2000). Encyclopedia of pseudoscience: From alien abductions to Zone Therapy, Publisher: Facts On File, New York.

Deel deze pagina

Zoek op de website

Nieuwsbrief

Schrijf u hier in op onze nieuwsbrief. Nooit commercieel, maar altijd informatief!

Evidence Based Partners (klik door)

ad ad ad ad ad ad ad ad ad ad ad