Home » Nieuws » Jan Verplaetse’s bedenkingen bij een boek over kritisch denken.

14-01-2012

Toespraak naar aanleiding van het boek “De Ongelovige Thomas heeft een punt” van Johan Braeckman en Maarten Boudry.

Jan Verplaetse spreekt de auteurs en genodigden bij de boekvoorstelling toe. Gepubliceerd met toestemming van de auteur.

Jan Verplaetse is docent moraalfilosofie bij  de vakgroep Grondslagen en Geschiedenis van het Recht (Universiteit Gent) en initiatiefnemer van de onderzoeksgroep The Moral Brain.

 

 

Hier volgt meteen een waarschuwing voor wie dit boek koopt. Gesteld dat u een sympathiek iemand bent – ik acht de kans hiertoe niet onbestaand – , dan dreigt er het gevaar dat u dit binnen enkele maanden niet meer bent. Want het moet gezegd: kritisch denken, het onderwerp van dit prachtige boek, heeft iets antipathieks, iets wat velen tegen de borst stuit.  

Het heeft iets antipathiek om tegen mensen weer eens te moeten zeggen dat ze mis zijn, dat hun conclusies niet uit hun bevindingen volgen, dat hun diepste intuïties weer eens naast de wetenschappelijke kwestie zitten. Zeg je dit tegen vreemden, dan valt de schade nog mee. Die moeten er ten slotte maar tegen kunnen dat er geen leven na de dood is, dat er geen geest los van het brein bestaat, dat er geen vrij wil is, dat ons geheugen geen harde schijf is en dat plotse genezing geen remedie bewijst. Maar worden vreemden bekenden, dan wordt het lastiger. Neem nu mijn hoefsmid (om daar maar eens over te beginnen). Ik heb alle bewondering voor die jongeman van nog geen 30 jaar: het is zwaar, gevaarlijk en kundig werk. Nu vertrouwde hij mij onlangs toe dat hij tussen zijn 8 en 15 jaar volledig verlamd in bed lag. Hij kon zelfs zijn hoofd niet bewegen. De klassieke geneeskunde gaf hem op, maar een Chinese wonderdokter in Amsterdam redde hem van de dood. Na enkele maanden kon hij weer paardrijden en hoeven kappen. Daar sta je dan. Een verlamde jeugd van 7 jaar lang. Hoe antipathiek moet je niet zijn om hem als een gloeiend ijzer toe te werpen: “misschien heeft die wonderdokter er niets mee te maken. Misschien ben gewoon spontaan genezen. Een genezing bewijst toch geen remedie.” Je weet dat geen enkele dubbelblindproef kan zijn innerlijke ervaring evenaren. Je weet dat twijfel hem flink boos kan maken. Akkoord: een felle discussie kan een relatie verdiepen. Maar wat er ook van zij: je kritisch denken komt niet sympathiek over.

Met kritisch denken maak je geen vrienden. Ik zag dit onlangs nog in mijn lessen ‘argumentatieleer’ voor eerstejaarsstudenten Rechten. Niets is leuker, noch voor student noch voor lesgever, dan een raadseltje dat massaal fout beantwoord wordt. Wanneer het contra-intuïtieve antwoord het juiste is en het intuïtieve antwoord het verkeerd. Hebben ze het allemaal mis, dan kan je zeggen: kijk eens aan hoe onkritisch en dom jullie allemaal zijn. Niets is echter meer vervelend, zeker voor de lesgever, wanneer een student het correcte antwoord weet – dat zie je meteen aan de triomfantelijke blik – en als enige zijn hand opsteekt om te antwoorden. Je kunt hem niet vermijden. Je kunt niemand anders aanwijzen. Een mislukking dreigt. Je dreigt af te gaan. Tot ik hem vraag: maar ben je wel zeker? Ben je heel zeker. Vraag het eens aan de mensen rond je? Zijn medestudenten protesteren. Zij roepen hem toe in dat zijn antwoord contra-intuïtief is en dus wel moet fout zijn. Ik zie hem twijfelen en ik weet meteen: hij is verloren. En inderdaad. Hij verkiest voor het verkeerde, maar solidaire antwoord, niet voor het correcte, maar eenzame antwoord. Liever fout met de groep dan in je eentje juist. Jullie zijn dus gewaarschuwd. Kritisch denken. Je doet er weinig mensen een plezier mee. Je maakt mensen kwaad, je komt als betweterig en wereldvreemd over. Je houdt er alleen maar SKEPP-vrienden aan over.

Maar hoe antipathiek het onderwerp ook is, deze handleiding ‘kritisch denken’ is niettemin een erg sympathiek boek. Niet zozeer omdat de auteurs zulke sympathieke kerels zijn met veel meer dan alleen SKEPP-vrienden, maar ook omdat hun boek zo vlot en soepel leest. Je hoort beide auteurs als het ware praten en grapjes maken. Bij Johan mag je dat letterlijk nemen. Zijn grapjes van op de CD zijn nu eindelijk ook in boekvorm beschikbaar. Ook staat het boek vol met prachtige verhalen en onweerstaanbare weetjes. Over Apple die de shuffle-functie van zijn I-pod aanpaste omdat een afspeellijst zich soms herhaalde, wat volgens klagende klanten geen toeval kon zijn. Of over het feit dat je maar met 23 personen moet zijn om 50% kans te hebben dat 2 aanwezige mensen op dezelfde dag verjaren? Alleen al om die redenen is het boek de moeite waard.

Het boek is vooral sympathiek omdat het geen welles-nietes strijdboek is, geen argumenten-inventaris is tegen pseudowetenschap. Het breekt geen takjes van de boom van onzin en flauwekul, maar richt zich meer fundamenteel op de wortels van dit onkritische denken en de grond waaruit het voorspruit. Het brengt de diepere mechanismen en processen in kaart en is geen louter opsomming van onhoudbare opvattingen. Over alle onwetenschappelijke denkbeelden en theorieën heen zien de auteurs vergelijkbare psychologische processen aan het werk. Veel fundamentele verschillen zijn er niet tussen de hedendaagse fantast die 9/11 ziet als een FBI-complot en de middeleeuwse rechter die heksen vervolgt. Het zijn steeds dezelfde cognitieve processen, drogredenen en immunisatiestrategieën die het fanatisme verklaren waarmee mensen onzin trouw blijven. Ze keren altijd weer terug, vroeger en nu, vandaag en morgen.

Dit laatste brengt mij bij het meest sympathieke element in dit boek. De wereldwijsheid en de bescheidenheid van de auteurs. Als ervaren onzinstrijders weten ze maar al te goed dat flauwekul moeilijk uit te roeien valt. Onbetrouwbare kennis verspreidt zich gemakkelijker en sneller dan betrouwbare. Onzin vaart wel bij onze natuurlijke intuïties en flauwekul kiemt uitstekend in ons onkritisch brein dat niet om waarheidlievende redenen ontstond. De strijd tegen pseudowetenschap verloopt dus ongelijk en zonder hoop op een definitieve overwinning. De vijand is sterk en goed bewapend. Dit realisme geeft het boek rust en overzicht. In die zin is de ondertitel ‘handleiding’ wat misleidend. Verwacht geen stappenplan of actieplan, geen opdrachten met juiste antwoorden verderop in het boek. De handleiding is eerder een rondleiding in een merkwaardig, maar groot land ‘onzin’ genaamd.

Voor één punt had ik iets minder sympathie. Neen, ik ben absoluut geen aanhanger van één van de pseudowetenschappen die de auteurs beschrijven. Ik hoop dat ik echte wetenschap bedrijf, meer bepaald, psychologische wetenschap, waarvan jullie zo uitvoerig gebruikmaken in het blootleggen van mechanismen en processen die het onkritische denken sturen. Nu is het uitgerekend die psychologische wetenschap die momenteel onder vuur ligt. Gedeeltelijk omwille van het falende peer review systeem dat wetenschappelijke fraude slecht of niet detecteert. Denk maar aan de affaire Stapel in Nederland. Gedeeltelijk omwille van modegevoeligheid van deze discipline waardoor modieuze positieve resultaten meer aandacht krijgen dan weinig sexy negatieve resultaten. Met alle gevolgen van dien. Het duurt vaak decennia vooral wetenschap zich corrigeert. Intussen zijn carrières gemaakt en gekraakt. Aan dit interne gevaar mochten jullie gerust wat meer aandacht hebben besteed. Onkritisch denken is een gif of een virus dat de officiële grens tussen wetenschap en pseudowetenschap niet respecteert. Het dringt overal binnen, ook in geneeskunde en psychologie. Ook in wetenschap is er nood aan vervelende mensen die tegen onderzoekers zeggen dat ze mis zijn, dat hun conclusies niet uit hun bevindingen volgen en dat hun diepste intuïties naast de wetenschappelijke kwestie zitten. Ook wetenschap heeft behoefte aan zoiets antipathieks als kritisch denken.

Maar laat ik nu zelf niet te antipathiek gaan doen. Het belangrijkste nieuws is dat er nu voor alle mensen met de vervelende gewoonte om kritisch te denken een boek op de markt is dat nooit verveelt. Op geen enkele pagina. Dat bovendien uiterst betrouwbaar is, steunt op ervaring en deskundigheid, en waarvan je intuïtief aanvoelt dat het een nieuw standaardwerk in het veld wordt. Ik wens dit eigentijds evangelie, ik zou bijna zeggen dat van Johan en zijn apostel Maarten, een eindeloze herdruk en vele vertalingen toe. Mijn felicitaties aan beide heren.

 

Jan Verplaetse  

Deel deze pagina

Zoek op de website

Nieuwsbrief

Schrijf u hier in op onze nieuwsbrief. Nooit commercieel, maar altijd informatief!

Evidence Based Partners (klik door)

ad ad ad ad ad ad ad ad ad ad ad