Home » Info » Zoek een evidence based aanpak » Sociale & managementvaardigheden

Er circuleren nogal wat mythes over wat werkt of niet, of wat beter werkt. Zo is er het hardnekkige idee dat mensen meer leren door te doen of action learning dan door te observeren of na te denken. Het is empirisch bewezen dat dit fout is. Eén voorbeeld van een experiment is dat van Stull & Mayer (2007) waaruit bleek dat studenten die zelf grafische voorstellingen (schematisch overzicht, soms samenvattend) bij de tekst moesten ontwerpen het op een aantal vlakken evengoed en zelfs slechter deden op testen dan de studenten uit de groep die bij de tekst grafieken kregen die de auteurs zelf hadden gemaakt:

  • de leertransfer (integreren van kennis en deze kunnen toepassen) was veel beter wanneer de studenten de grafische/schematische voorstellingen van de auteur konden bestuderen dan wanneer ze die zelf moesten opmaken
  • de groep die zelf de grafische/schematische voorstellingen diende tee maken had heel wat meer tijd nodig om de teksten te lezen dan de groep waarbij de grafieken werden getoond
  • voor het zuiver herinneren van letterlijke tekst warbij zinnen moesten worden vervolledigd was er geen verschil tussen beide groepen
De verklaring voor dit fenomeen waarbij je niet meer leert door dingen zelf te doen is beschreven in de literatuur als ‘cognitive load theory”: ons werkgeheugen is beperkt en als een bepaalde leertaak e veel capaciteit vergt zal het leren worden belemmerd. Extra (en excessieve) activiteiten zoals dingen zelf doen kunnen cognitieve overbelasting veroorzaken (een beetje te vergelijken met multitasken) en het verwerkingsproces van de kennis verstoren.
Voor rollenspelen komt men ongeveer tot dezelfde bevindingen.

Daarom volgend beperkt overzicht van de diverse effectieve methoden:

  • Lezingen, spreekbeurten, colleges, toespraken en lessen zijn wel degelijk effectief. Dit is bij uitstek geschikt voor kennisoverdracht (Arthur et al. 2003; Burke & Day, 1986; Oomkes, 1992).
  • Geleide groepsdiscussies zijn nuttig als de deelnemers ervaren zijn en voldoende kennis en ervaring hebben (Lievens, 2006).
  • Priming indien zorgvuldig uitgevoerd: priming is het op voorhand aanbieden van een stimulus die hen in een bepaalde stemming brengt (Neely, 1977; Bandura, 1997; De Cremer & Van Dijck, 2008)
  • Self-convincing workshops of incrementele inductie workshops: deze houden rekening met zelf-overtuigingstechnieken (self-persuasion), waaronder een wetenschappelijke getuigenis zoals een artikel (Aronson et al., 2002); Chiro et al, 1997), het in vraag stellen van ongezonde overtuigingen zoals dat mensen niet kunnen leren, maar blijven wie ze zijn (Aronson et al., 2002; Miller & Wozniak, 2001; Wilson, 1990) en het creëren van cognitieve dissonantie (Aronson et al., 2002; Dickerson et al., 1992; Stone et al., 1994).
  • Technieken uit Behavioral Modeling Training (BMT – meta-analyse van Taylor et al., 2005) en de sociale leertheorie (Bandura, 1997). BMT wordt vaak gebruikt in leiderschapsontwikkeling. De training bevat ingrediënten zoals het oefenen met de eigen echte casussen van de werkplek en een actieplan aan het eind van de trainingen. De meta-analyse van Taylor et al (2005) toonde aan dat BMT grote effecten heeft op het aanleren van kennis en vaardigheden en matige effecten op functieprestaties. Dit zijn de belangrijkste ingrediënten: leerpunten, negatieve modeling door de trainer of video, positieve modeling door de trainer of video (waarbij mensen leren uit observatie en de bespreking achteraf), inoefenen met hun eigen scenario, imaginair oefenen, deelname aan de training door de eigen leidinggevende.
    • leren door zelf te doen: rollenspelen zijn enkel nuttig als deze met de eigen casussen worden gebruikt (wat men op het werk echt meemaakt of vreest mee te maken). Geprefabriceerde rollenspelen bleken niet nuttig
    • leren door zelf te doen: video-opnames van het eigen rollenspel bekijken (zelfconfrontatie) is nuttiger dan deze bespreken
    • leren door observaties: modeling door de trainer (gedrag) is een wezenlijk onderdeel van behavior modeling training: er worden zowel slechte als goede voorbeelden getoond van (kern)gedragingen.
  • De effecten van klassieke teambuilding en outward-bound trainingen werden tot op heden niet empirisch aangetoond en berusten meer op testimonials van de deelnemers (Goldstein & Ford, 2002).

Hoed u voor trainers die “alles uit de groep” laten komen, want groepen vertellen vooral hun overtuigingen en anecdotische overtuigingen, en wetenschappelijk onderzoek heeft herhaaldelijk aangetoond hoezeer mensen het bij het foute eind kunnen hebben. Een trainer dient zelf over wetenschappelijk onderbouwde kennis te beschikken en het behoort ook tot zijn taken om deze kennis over te dragen aan de deelnemers, net zoals in het reguliere onderwijs. Vraag aanbieders niet hoe ze een opleiding aantrekkelijker en “sexy” kunnen maken, maar hoe degelijk en bewezen hun aanpak is.

Inzake leiderschapstrainingen vindt u hierna een uittreksel uit het boek “Rond Leiderschap” van Patrick Vermeren (met dank aan uitgeverij Academia Press):

  • “De laatste decenia is er ook nogal wat onderzoek gedaan naar de effectiviteit van leiderschapstrainingen. Zo werd er experimenteel onderzoek gedaan bij lokale directeuren van een grote Canadese bank om te kijken of charismatisch leiderschap kan geleerd worden (Barling et al., 1996). De leiderschapsstijl werd voor en na de training gemeten met de Amerikaanse 360° MLQ-vragenlijst (Bass & Avolio, 1990). De klassikale training van een dag bevatte de volgende componenten: (1) een groepsdiscussie over slecht en goed leiderschap, waarna de trainer de gedragingen bij de overeenstemmende leiderschapsstijl plaatste; (2) een meer theoretische uiteenzetting met verwijzingen naar de gevolgen van elke stijl op basis van wetenschappelijk onderzoek; (3) oefening van een aantal praktische aspecten (bijv. voor zichzelf doelen zetten) gevolgd door (4) groepsdiscussies. De basistraining werd gevolgd door vier zogenaamde individuele boostersessies. Daarbij kregen de leidinggevenden van de coach tijdens de eerste sessie (5) feedback over hun vragenlijsten en de resultaten van de 360°-bevraging en (6) stelden ze samen een actieplan (met doelstellingen) op voor de komende maand. De volgende drie sessies werden met een interval van een maand georganiseerd. Daarin werd besproken (7) hoe het de voorbije periode was gelopen en werd (8) een nieuw actieplan opgesteld voor de komende maand. De groep leidinggevenden die deze training volgde, kreeg vijf maanden later door hun medewerkers al duidelijk hogere scores dan de niet-getrainde controlegroep op drie deelaspecten van charismatisch leiderschap: intellectuele stimulatie, charisma, en individuele consideratie. De medewerkers van de getrainde groep bleken zichzelf ook als meer toegewijd aan de organisatie te beschrijven en er werd zelfs een licht beter financieel resultaat opgetekend voor deze groep. Maar ook andere studies toonden aan dat leiderschap te leren valt (o.m. Dvir, Eden, Avolio, & Shamir, 2002; Pesuric & Byham, 1996; Riggio & Lee, 2007)13. Hierna zet ik enkele bewezen onderzoeksresultaten inzake leiderschapstrainingen op een rij:
    • Het stimuleren van een leeroriëntatie;
    • Het gebruik van priming;
    • Het gebruik van intrinsieke doelformuleringen;
    • Het gebruik van de bewezen methodes uit de Behavior Modeling training en sociaal leren.”

 

Communicatievaardigheden

Voor communicatieve vaardigheden bestaan heel wat opleidingen. Er zijn twee wetenschappelijke domeinen die interactie of communicatie tussen mensen bestuderen.

Eén ervan is vrij ontoegankelijk en weinig praktisch: de conversatieanalyse.

Een tweede domein is het onderzoeksdomein van het interpersoonlijk circumplex (er wordt vaak naar gerefereerd als de roos van Leary). U vindt betrouwbare informatie over het interpersoonlijk circumplex op volgende plaatsen:

website: http://www.vcu.edu/sitar/

website: www.behaviortestplatform.com (handleiding NIAS)

boek: Circumplex Models of Personality and Emotions (Plutchick & Conte – uitgegeven door American Psychological Association)

boek: Rond Leiderschap. De brug tussen wetenschap en praktijk (Patrick Vermeren – uitgegeven door Academia Press)

Hiervoor is eventueel een groepstraining, maar meer nog een indivuele coaching of individuele therapie geschikt.

Op basis van een studie van Chambless & Ollendick (2001) bevelen wij aan dat u op zoek gaat naar een coach of therapeut die zogenaamd protocollair werkt volgens de principes van de cognitieve gedragstherapie. Daarbij volgt de behandelaar een protocol waarvan bewezen is dat het in de meeste gevallen het meest effectief is. De coach of therapeut zal daarbij volledige transparantie verschaffen over de gevolgde methode.

Vermijd coaches of therapeuten die zogenaamd ‘eclectisch’ werken, wat vrij vertaald zoveel betekent als dat men kijkt wat er zogenaamd het beste past (bij de coach en therapeut of bij de gecoachte persoon, alhoewel men steeds zal beweren dat het bij de gecoachte persoon moet passen). Besef dat wanneer u kiest voor een onbewezen aanpak zoals regressietherapie, NLP, hypnotherapie, narratieve therapie, transactionele therapie of coaching, psychodynamische therapie of coaching, gestalttheraie, existentionele coaching en psychoanalyse… u n gok neemt waarbij uw psychische gezondheid mogelijk in het gedrang komt (Huub Buijssen, 2010)

De cognitieve gedragstherapie (een wetenschappelijke georiënteerde psychotherapeutische benadering die ook onderzoek met controlegroepen doet). Er bestaat evidentie, zij het duidelijk minder voor technieken als Mindfulness (ook in cognitieve gedragstherapie gebruikt) en Acceptance & Commitment Therapy.
Voor dit probleem zijn andere benaderingen een grote gok, omdat zij vaak niet berusten op onderzoeken met controlegroepen (RCT's) en er dus geen uitspraken over de werkzame bestanddelen kunnen worden gedaan. Vermits er binnen de psychologische wetenschappen veel controverse bestaat rond de problemen met de theoretische grondslag en de wetenschappelijke methode, en bovendien de theoretische verklaringen in strijd zijn met andere erkende wetenschappen en de huidige stand van de wetenschap (bvb. de impact van onze genen op ons gedrag berekend via tweelingenonderzoek), valt de psychoanalyse en er op gebaseerde modellen ten stelligste te vermijden. Onder de psychoanalytische benadering vallen de methodes gebaseerd op Jung, Freud en Lacan.
Chambless, D. L., & Ollendick, T. H. (2001). Empirically supported psychological interventions: Controversies and evidence. Annual Review of Psychology, 52, blz. 685-716. Cottreaux, J. (2000). Which Psychotherapies in the Year 2000 (Annual Series of European Research in Behaviour Therapy) Swets & Zeitlinger. Hunsley, J., & Di Giulio, D. (2002). Dodo Bird, Phoenix, or Urban Legend? The Question of Psychotherapy Equivalence. The Scientific Review of Mental Health Practice, Volume 1.
Omdat er zich nog onvoldoende consulenten aanmeldden verwijzen wij naar volgende sites om een cognitieve gedragstherapeut te contacteren: www.vvgt.be www.interapy.nl

Voor deze problematiek of uitdaging zijn er grosso modo twee mogelijkheden:

  1. Een groepstraining bestaande uit twee luiken: een luik dat u aanleert hoe u, op basis van protocolaire behandelingen (meestal Cognitieve GedragsTherapie) uw angst kan duiden (inzicht, normaliseren) en kan overwinnen. Een tweede luik bevat dan het inoefenen van vaardigheden. Een training die echter alleen maar vaardigheden aanreikt, gaat voorbij aan het feit dat mensen die angst ervaren (bijna ALTIJD het geval bij remmingen of niet assertief genoeg zijn) deze vaardigheden niet zullen durven inzetten.
  2. Een individuele begeleiding door een in CGT opgeleide coach, of therapeut (zie nuttige links)
Angst valt zeer goed te helpen met een geprotocolliseerde aanpak van angst. Het meest werkzame element blijkt uit vergelijkend onderzoek (Chambless & Ollendick, 2001) de geleidelijke blootstelling aan het gevaar te zijn. dit is één van de technieken uit de cognitieve gedragstherapie (een wetenschappelijke georiënteerde psychotherapeutische benadering die ook onderzoek met controlegroepen doet). De CGT komt als superieur uit de behandelingen voor angst naar voor uit onderzoek. Er bestaat evidentie, zij het duidelijk minder voor technieken als Mindfulness (ook in cognitieve gedragstherapie gebruikt) en Acceptance & Commitment Therapy.
Voor dit probleem zijn andere benaderingen een grote gok, omdat zij vaak niet berusten op onderzoeken met controlegroepen (RCT's) en er dus geen uitspraken over de werkzame bestanddelen kunnen worden gedaan. Vermits er binnen de psychologische wetenschappen veel controverse bestaat rond de problemen met de theoretische grondslag en de wetenschappelijke methode, en bovendien de theoretische verklaringen in strijd zijn met andere erkende wetenschappen en de huidige stand van de wetenschap (bvb. de impact van onze genen op ons gedrag berekend via tweelingenonderzoek), valt de psychoanalyse en er op gebaseerde modellen ten stelligste te vermijden. Onder de psychoanalytische benadering vallen de methodes gebaseerd op Jung, Freud en Lacan.
Chambless, D. L., & Ollendick, T. H. (2001). Empirically supported psychological interventions: Controversies and evidence. Annual Review of Psychology, 52, blz. 685-716. Cottreaux, J. (2000). Which Psychotherapies in the Year 2000 (Annual Series of European Research in Behaviour Therapy) Swets & Zeitlinger. Hunsley, J., & Di Giulio, D. (2002). Dodo Bird, Phoenix, or Urban Legend? The Question of Psychotherapy Equivalence. The Scientific Review of Mental Health Practice, Volume 1.
Omdat er zich nog onvoldoende consulenten aanmeldden verwijzen wij naar volgende sites om een cognitieve gedragstherapeut te contacteren: www.vvgt.be www.interapy.nl

Hiervoor is een vaardigheidstraining of een individuele coaching geschikt, alnaargelang het budget dat u er kan aan besteden.

Een algemeen interactiemodel vindt men terug in het interpersoonlijk circumplex (zie hoger). Verder werd onderzoek gepubliceerd naar de impact van directieve/controlerende taal (bvb. “je moet”) en ondersteunende taal (“je zou kunnen”). Ook over conflicten en conflictoplossende vaardigheden bestaan wetenschappelijke publicaties.

Het interpersoonlijke circumplex. De motivatiepsychologie (ZelfDeterminatieTheorie)
Persoonlijkheidsmodellen leren ons niets over interpersoonlijke communicatie, enkel op de kansen tot een goede interpersoonlijke relatie. Een EB persoonlijkheidsmodel zijn de zogenaamde BIG FIVE (5 dimensies: mate van emotionele stabiliteit, mate van openheid, mate van extraversie, mate van altruïsme, mate van consciëntieusheid). Van typologieën valt nog minder te verwachten: mensen zijn geen types. Alleen al met de bekende facetten van persoonlijkheid (BIG FIVE geoperationaliseerd via de test NEO-PI-R) bestaan 30 tot de negende macht mogelijkheden! Typologieën gebaseerd op de achterhaalde theorieën van ondermeer Freud, Jung en Lacan vallen helemaal te vermijden. Daaronder vallen modellen zoals MBTI (Meyers Briggs Type Indicator)
Zie de algemene beschrijving van sociale vaardigheden: het interpersoonlijk circumplex. Deze lijst dient nog te worden aangevuld. U kan alleszins de twee volgende boeken lezen: 50 Great Myths of Popular Psychology (Lilienfeld, Lynn, Ruscio & Beyerstein) De HR-ballon. 10 populaire praktijken doorprikt (Vermeren)
Hier komen de namen van mensen die zich zullen verbinden om evidence based te werken volgens het charter. Op dit moment zijn dit enkel de initiatiefnemers: om niet beschuldigd te worden van opportunisme wachten we op meer namen.

Spreken in publiek

Wanneer u voor de eerste keer zal spreken voor een publiek, is de kans groot dat u een lichte tot redelijk sterke vorm van angst ondervindt.

De angst kan als oorzaak hebben dat u de materie nog niet goed genoeg beheerst, dat u vreest dat er zich allerlei onprettige situaties zullen voordoen, maar ook het loutere feit dat er vele ogen op u gericht zijn. De gedragsbiologie verklaart dit omwille van het feit dat vele ogen die op ons gericht zijn bijna automatisch schaamte oproepen – vermoedelijk een overblijfsel van sociale correctiemechanismen (als men iemand aankeek met velen, had men wellicht iets fout gedaan).

U kan die angst vermoedelijk verminderen door een degelijke opleiding in spreken voor publiek te volgen. Uiteraard is daarom groepstraining aangewezen. Als na de groepstraining en meerdere presentaties/toespraken in publiek de angst niet afneemt, is wellicht een aanpak waarbij u uw angst leert overwinnen (met blootstellingstechnieken) aangewezen.

Spreken in publiek vergt veel oefening en wat kennis (hoe maak ik een aantrekkelijke presentatie, hoe beweeg ik mij, hoe geef ik antwoord op vragen...). Opleidingen die hieraan beantwoorden voldoen hier meestal aan.
Opleidingen met hoogdravende theorieën (hier te begrijpen als onbewezen stellingen) over hoe je mensen gegarandeerd kunt overtuigen, hoe je jezelf gegarandeerd in de hand houdt enz. verdienen met de nodige skepsis te worden bekeken.
Niet bekend.
Deze lijst wordt zo snel mogelijk aangevuld.

In dit geval is een “gewone” training niet aangewezen. Ga op zoek naar een trainer die bekend is met de protocollaire behandeling van angst door middel van cognitieve gedragstherapie. Hij/zij zal met u een geleidelijke aanpak van blootstelling opstellen. Zie voor meer info bij “communicatievaardigheden: ik voel mij in bepaalde situaties geremd (ik wil assertiever worden)”.

In dit geval is een “gewone” training niet aangewezen. Ga bij sterke angst op zoek naar een psychotherapeut (!) die bekend is met de protocollaire behandeling van angst door middel van cognitieve gedragstherapie. Hij/zij zal met u een geleidelijke aanpak van blootstelling opstellen. Zie voor meer info bij “communicatievaardigheden: ik voel mij in bepaalde situaties geremd (ik wil assertiever worden)”. Ook uw huisarts kan u mogelijks doorverwijzen.

Management & leiderschap

Hier vindt u verschillende aanpakken om uw management- of leidinggevende vaardigheden te verhogen.

Zorg ervoor dat u allereerst uw weg vindt in het oerwoud van leiderschapsmodellen. Beperk u tot de wetenschappelijke bevindingen inzake Leiderschap.

Wij adviseren u om op zoek te gaan naar trainingen die de BMT-aanpak gebruiken. Vraag hiernaar bij de aanbieder. U vindt meer details over BMT of Behavior Modeling Training onder de rubriek “bewezen methodes”.

Behavior Modeling Training, Primingtechnieken.
Situational Leadership (voor een evaluatie zie "De HR-ballon. 10 populaire praktijken doorprikt". het Competing Values Model van Quinn (geen consensus over, cirkelvormige voorstelling zonder te beantwoorden aan de wetenschappelijke criteria voor een circumplex).
Taylor, P.J.; Chan, D.W.L. & Russ-Eft, D.F. (2005). A Meta-Analytic Review of Behavior Modeling Training. Journal of Applied Psychology, 90(4), blz. 692 tot 709.
Deze lijst wordt gepubliceerd van zodra er aanbieders zijn buiten de oprichters van de vzw.

Deel deze pagina

Zoek op de website

Nieuwsbrief

Schrijf u hier in op onze nieuwsbrief. Nooit commercieel, maar altijd informatief!

Evidence Based Partners (klik door)

ad ad ad ad ad ad ad ad ad ad ad