Er zijn vele vormen van coaching op de markt, zowel wetenschappelijk onderbouwde als vormen met een totaal gebrek hieraan. In onze wereld hoort men regelmatig de grap dat iemand die zijn huidige job beu is, nog altijd trainer of coach kan worden.

Aan coachingmodellen is er echter geen gebrek, het ene al wat buitenissiger als het andere. De meeste modellen bieden echter enkel een gespreksstructuur aan (bvb het oorspronkelijke GROW-model van Whitmore) aangevuld met een pleidooi voor het stellen van open vragen. Hoewel veel coaches bezweren dat coaching niet hetzelfde is als therapie, aarzelen de meesten ervan niet om methodes en technieken te hanteren uit verschillende therapievormen (op zich nog niet zo een probleem) en begeven ze zich wel degelijk op het terrein dat zou moeten voorbehouden zijn voor dokters en klinisch psychologen (en dat is een groot probleem). Een aantal coaches hanteren ook vrijwel steevast naar twee foute argumenten:

  1. “Een client-centered of Rogeriaanse aanpak zou werken.” Carl Rogers (1902 – 1987) was een Amerikaans psycholoog die gedurende vele jaren invloed heeft gehad op het denken inzake psychotherapie. De basisingrediënten van zijn aanpak waren luisteren, empathie, onvoorwaardelijke acceptatie en de cliënt komt zelf met oplossingen…  In de huidige stand van het wetenschappelijk onderzoek vindt men de oorspronkelijke ideeën van Rogers blijk geven van “…een overdreven optimistische en simplistische kijk op de mens. In het bijzonder onderschatte hij de biologische bijdrage tot de persoonlijkheid en dacht hij ten onrechte dat alle psychische problemen het gevolg waren van een incongruentie tussen de positief gerichte zelfactualisatie en de waarderingscondities die men vanuit de opvoeding meekreeg.” (Prof. dr. M. Brysbaert, 2006).
  2. “Alle gesprekken zijn goed, er bestaan geen slechte methodes.” Men baseert zich daarvoor vaak op het zogenaamde DODO-bird verdict, gebaseerd op een artikel van Rosenzweig. In 1936 (nog voor de huidige statistische technieken op punt stonden en het bestaan van medische beeldvorming zoals PET-scan, fMRI-scan enz!) concludeerde Rosenzweig – in wat nu dus een methodologisch slechte studie zou genoemd worden – dat alle psychotherapievormen even efficiënt zijn. Voor deze therapieën was dus “iedereen dus een winnaar was”, waarbij hij het personage Dodo uit Lewis Carroll’s Alice’s Adventures in Wonderland (1865) persifleerde. Dodo was de vogel die in een loopwedstrijd tactvol declareerde dat iedereen een winnaar was, nadat alle deelnemers aan de loopwedstrijd in alle richtingen waren vertrokken en er geen enkele meting was gebeurd hoe lang en hoe ver de deelnemers hadden gelopen. Dit was koren op de molen van de aanhangers van oude theorieën en therapievormen die stilaan meer onder vuur begonnen te liggen (zoals momenteel het geval is met alle therapievormen gebaseerd op de psychoanalyse van grondlegger Freud, meestal psychodynamisch genoemd ). Enkele zogenaamde meta-analyses waaruit dit Dodo-effect zou bevestigd worden, passeerden vervolgens de revue . Bij nadere analyse echter bleken deze analyses vaak ernstige fouten te bevatten ;
  • men beoordeelde categorieën van psychotherapievormen, waarbij sommigen in verkeerde categorieën werden ingedeeld – zo werd de cognitieve therapie bijvoorbeeld ondergebracht in de categorie psychodynamische interventies;
  • men vergeleek de ene vorm van cognitieve gedragstherapie met een andere vorm van cognitieve gedragstherapie. Dan stelde men vast dat deze ongeveer even werkzaam waren, en trok men dan conclusies naar andere, niet vergeleken therapievormen…;
  • men maakte manifeste berekeningsfouten enz.

Na rechtzetting van deze methodologische en andere fouten lieten deze meta-analyses juist zien dat de therapievorm er wel degelijk toe deed. Ook nieuwe meta-analyses toonden alsmaar meer aan dat de gepaste therapie voor de juiste aandoening er wel degelijk toe doet en dat therapeutische evenwaardigheid (Dodo effect of Dodo Bird Verdict) niet bestaat. Uit latere meta-analyses, zoals van een commissie van 12 psychologen van de American Psychological Association (Chambless et al.,2001) blijkt dat er wel degelijk belangrijker verschillen zijn tussen de verschillende therapievormen als men naar de behandelresultaten kijkt. Diverse vormen (protocollen) van Cognitieve Gedragstherapie komen hier steevast als superieur uit. Dit blijkt ook stilaan door te dringen in kringen die moeten waken over medische praktijken en terugbetaling van interventies (bvb de commissie van American Psychological Association onder leiding van Chambless, de Inserm in Frankrijk, de NICE of National Institute for Health and Clinical Excellence in Groot-Brittanië enz.). Een goed overzicht van ESTs en RCT vindt men in het artikel “Empirically Supported Psychological Interventions: Controversies and Evidence” van Chambless & Ollendick (2001), leden van de voorgenoemde Commissie van American Psychological Association.

Zelfs al zouden de eerste meta-analyses ‘bewijzen’ hebben opgeleverd voor het Dodo-effect tussen enkele ‘bonafide’ therapievormen (wat ze voor alle duidelijkheid dus niet deden), dan nog kan men niet concluderen dat dit dan ook voor de niet-onderzochte therapievormen geldt. Bijvoorbeeld NLP was zeker niet bij de onderzochte bonafide therapievormen. NLPers suggereren echter wel dat ze even effectief zijn als andere therapievormen. Rare kronkel toch? Ter vergelijking: Als je alle bedrijfswinsten op een hoop zou gooien zou je kunnen concluderen dat de bedrijven allen samen globaal winst maken, maar dat betekent niet dat ieder bedrijf winst maakt. Of nog realistischer: je maakt een gemiddelde van 5 bedrijven die het goed doen (de parallel: de onderzochte bonafide therapieën) en je stelt dan dat alle bedrijven het goed zullen doen (de parallel: ook NLP zal genieten van het Dodo-effect). Het voorbeeld van NLP is maar één voorbeeld, hetzelfde kan gezegd worden voor andere therapievormen zoals Transactionele Analyse, GROW enz.; deze kwamen nooit voor in enig vergelijkend onderzoek naar werkzaamheid.

 

Echt rechtstreeks onderzoek naar de werkzaamheid van coaching bestaat niet (u vindt op www.cebma.org een literatuuroverzicht van professor Briner die de wetenschappelijke evidentie voor coaching heeft in kaart gebracht: er is een schrijnend gebrek aan bewijst). Om te beoordelen of een coachingaanpak een deugdelijke wetenschappelijke grondslag heeft, dienen we ons te richten naar wetenschappelijk onderzoek inzake klinische therapievormen. Angst bijvoorbeeld, komt in tal van contexten voor en er is van bewezen dat een geleidelijke blootstelling voor alle vormen van angst – van lichte vormen zoals da angst die kinderen ervaren om te leren zwemmen tot angststoornissen zoals smetvrees – de meest effectieve aanpak is.

Het probleem bij coaching is dat wanneer je coacht, je altijd op het terrein van de emoties komt. Nu zijn emoties een normaal gegeven, zelfs een essentieel gegeven in ons dagelijks functioneren. Enkel wanneer er sprake is van “schade” aan zichzelf of anderen is er sprake van pathologische vormen van emoties (bvb. angststoornissen, depressie, burnout…). Toch vindt de vzw dat mensen die zich op het terrein van de emoties begeven, een degelijke (bij voorkeur psychologische) scholing nodig hebben. Niemand zal immers aanvaarden dat iemand die niets afweet van zwemmen en pedagogiek zijn jonge kinderen zal leren zwemmen. Stel dat deze persoon zou overtuigd zijn dat je kinderen in het water moet gooien om ze te leren zwemmen (zoals men tot de jaren 1960 geloofde overigens), dit zou geen zinnige ouder aanvaarden. Het terrein van de emoties vergt trouwens ook professionals en emoties zijn sterk meebepalend voor ons gedrag (nog meer dan onze gewone normale gedachten). Een coach dient te weten wat het evolutionair nut van elke emoties was en hoe dit nu nog op een gezonde en soms ongezonde manier parten speelt in ons dagelijks (werk)leven. Daarom is de vzw voorstander dat een coach geschoold is in de technieken die gehanteerd worden in de moderne, wetenschappelijk onderzochte klinische psychologie.  Zij hanteert daar strengere methodes dan diegene die momenteel gangbaar zijn, maar doet dit dus op basis van wetenschappelijke argumenten, en niet op basis van filosofische of levensbeschouwelijke overtuigingen.

Gelet op de strenge criteria en het in acht nemen van het voorzorgsprincipe is de vzw dus voorstander van het gebruik van technieken uit de actief-directieve therapie, en meer bepaald de CGT of Cognitieve GedragsTherapie en wel om meerdere redenen:

  1. Kortdurend: erkend als de meest kostefficiënte therapie door de snelle impact door instellingen als APA of American Psychological Association (USA), Inserm (Frankrijk) NICE of National Institute for Health and Clinical Excellence in Groot-Brittanië en vele andere;
  2. Een veilige keuze: zij is één van de weinige therapievormen die zich onderwerpt aan empirisch onderzoek volgens de meest kritische en strenge normen;
  3. Een aanpak die aanslaat, ook bij topmensen: Het is een vrij rationele (cognitieve) aanpak die erg aanslaat bij (top)mensen in het bedrijfleven. Ook de transparantie over de gehanteerde methodes en het methodologisch werken zelf spreken deze mensen aan;
  4. Geeft input waar nodig, doet aan ‘modeling’: uit de onderzoeken van Tolman en Bandura (1965) bleek al dat mensen ook leren door zogenaamd ‘observerend leren’. Ze leren latent, dat wil zeggen dat mensen al dingen hebben geleerd zonder dat zich dat al in hun gedrag uit. Die uiting in het gedrag komt een tijd nadien. Observeren van ‘modelgedrag’ (modeling) is dus zeker nuttig en pleit ook voor een actief-directieve aanpak in plaats van de passief-empathische aanpak van Carl Rogers. Bij het observeren van een model met grote geloofwaardigheid of prestige (coach of andere goed voorbeeldfiguur) gebeurt er een stimulusversterking en een doelversterking (verlangen om dit te doen) (Byrne en Russon, 1998). Het feit dat niet iedereen evenveel leert op basis van observerend leren heeft te maken met biologische predisposities (Cook & Mineka, 1989);
  5. Meest aangewezen voor de problematieken in het bedrijfsleven: CGT is de bewezen meest effectieve aanpak voor problemen die zich in een professionele context voordoen, namelijk angstgerelateerde problemen. Er is een brede consensus binnen de psychiatrie dat CGT de aangewezen behandelvorm is voor een veelheid van angstgerelateerde problemen ;
  6. Garandeert het laagste terugvalpercentage: er is alleszins op korte termijn aangetoond dat deze vorm van therapie het minste terugval kent;
  7. Houdt zich ver van spirituele of levensbeschouwelijke visies: in vele coachingvormen sluipt een ‘idealisme’, religie of ‘spiritualisme’ in waardoor het meer een middel wordt om mensen te bekeren en te werven voor de eigen overtuiging dan ze te coachen. Denken we maar aan de Belgische controverse in 2007 rond de bedrijven gelieerd aan de Church of Scientology;
  8. Houdt zich ver van controversiële stellingen en technieken: de CGT werkt met het ‘hier en nu’ en graaft niet in een verleden of de prille jeugd. Ons brein is noch een videoband waarop alle informatie staat weggeschreven en waarvan je de informatie kan ophalen door vooruit- of achteruit te spoelen, noch zijn er empirische bewijzen dat de beweringen uit de psychoanalyse van Freud juist zijn of dat de eerste drie levensjaren allesbepalend zijn ;
  9. Geen risico voor het bedrijfsimago of schadeclaims: Last but not least houdt het inzetten van deze vorm van coaching geen risico’s voor het bedrijfsimago in. Coachingvormen waarin men gebruik maakt van Transactionele Analyse, NLP, LIFO, HBDI zijn hoogst controversieel, en het is dus niet ondenkbaar dat een bedrijf imagoschade lijdt als uitlekt met welke vormen van training en coaching men mensen bestookt in bedrijven. Om van de verspilling van financiële middelen aan dit soort onwerkzame tussenkomsten nog maar te zwijgen. Schadeclaims zijn bovendien niet uitgesloten, zeker niet als de tendens uit de Verenigde Staten zich doorzet, waar coaches en therapeuten aangeklaagd worden voor ‘wanpraktijken’ omdat ze niet met bewezen methodes werken.

Deel deze pagina

Zoek op de website

Nieuwsbrief

Schrijf u hier in op onze nieuwsbrief. Nooit commercieel, maar altijd informatief!

Evidence Based Partners (klik door)

ad ad ad ad ad ad ad ad ad ad ad