Home » Blog » Hoogleraar Lilienfeld bestrijdt onzin in Gent

08-01-2011

Deze veelgelauwerde en befaamde bestrijder van onzin en misleiding werd door GAP, de alumni-vereniging van de Opleiding Psychologie aan de Universiteit Gent op 14 december 2010 uitgenodigd voor een presentatie over zijn boek ’50 Great Myths of Popular Psychology: Shattering Widespread Misconceptions About Human Behavior’.

Voor empirisch gerichte psychologen en iedereen die interesse heeft in het vinden van betrouwbare informatie, was deze avond een hoogdag.

Prof. dr. Frederik Anseel begon zijn inleiding met te zeggen dat psychologisch onderzoek helemaal niet synoniem staat met gezond verstand. Daarvoor is ons zogenaamd gezond verstand veel te onbetrouwbaar. We zijn onderhevig aan tal van bias, dat zijn cognitieve illusies, misvattingen en vooroordelen. De media spelen een belangrijke rol in het verspreiden van onzin; voor hen is psychologie zowat brood en spelen. Iedereen weet plots ook weer een beetje hoe hij onderzoek moet doen, qoud non. Daardoor worden in de pers vaak bevindingen uit slecht uitgevoerd onderzoek voorgesteld.

Het doet me denken aan de boeken “Bekocht of behandeld?” van Simons Singh en Edzard Ernst en “Bad Science” van Ben Goldacre. Beide boeken handelen over de onzin in de medische wereld. Vooral Goldacre neemt de media op de korrel. Goldacre doet de stoute uitspraak dat hij vermoedt dat de mensen die de plak zwaaien in de media meestal graduaten zijn in de menswetenschappen die weinig kaas hebben gegeten van wetenschap, en die hun onwetendheid als een soort van erespeld dragen. De media lijken een patent te hebben op drie categorieën van verhalen; de onnozele verhalen, de doorbraak verhalen, en de angstverhalen.

Onnozele verhalen zijn verhalen zoals de formule over de meest miserabele dag van het jaar, de gelukkigste dag van het jaar, het perfecte lange weekend enzovoort. Of het feit dat Jessica Alba, de filmactrice, de meest perfecte kontdraaier is.

Tussen 1935 en 1975 produceerde de medische wetenschap enorm veel mirakeloplossingen: nierdialysemachines, transplantaties, CT-scanners, hartchirurgie, de behandeling van polio enzovoort. Dit waren hoogtijdagen voor de media. Maar deze tijd is voorbij; nu schrijdt de wetenschap verder op een gestage maar trage manier. Het hoeft dan ook niet te verwonderen dat de media dit soort medische vooruitgang niet spectaculair genoeg vinden. Men hoopt ook nog steeds dat de meeste theorieën maar tijdelijk zijn, dat ze veranderbaar zijn, dat ze zichzelf kunnen zullen constant herzien, een beetje zoals een voorbijgaand modeverschijnsel. Maar zo werkt de moderne wetenschap niet; zij bouwt voort en de meeste theorieën van deze tijd zullen voor altijd overeind blijven (bijvoorbeeld de zwaartekracht van Newton, de evolutietheorie van Darwin…).

Iets wat ook altijd goed werkt is het creëren van angst; het is daarbij bedroevend om te zien dat de meeste angstaanjagende verhalen in de kranten gebaseerd zijn op een niet gepubliceerde wetenschappelijke onderzoeken. Men doet vaak niet de moeite om het onderscheid te maken tussen hypotheses en bewijzen. Men gaat natuurlijk ook vaak te rade bij zelfverklaarde experts zoals Gillian McKeith en Andrew Wakefield. Hun beweringen worden zelden publiekelijk onderzocht.

Over naar Lilienfeld en de psychologie

Lilienfeld vertelt ons dat het voor de meeste mensen moeilijk is om te achterhalen wat feit en wat fictie is. Neem het voorbeeld van de frenologie, dat slechts een procentje waarheid bevat. Het uitgangspunt was dat men op basis van de schedelstructuur (bijvoorbeeld bobbels, putten enz. in de schedel) kon afleiden welk karakter iemand had en of hij/zij criminele neigingen had. Er werden afbeeldingen gemaakt van hoofden waarop stond op welke plaats welke hersenfunctie aanwezig was. Ik kreeg ooit zo een exemplaar cadeau en dus kan ik hier perfecte voorbeelden van aanhalen: wie een bobbel vertoont boven zijn linkeroor heeft de neiging om destructief te zijn, wie een bobbel heeft links aan het achterhoofd,heeft bijzonder veel interesse in seks. Heb je daarentegen een bobbel aan je rechteroor dan heb je egoïstische neigingen. Heel deze theorie kan naar de prullenmand worden verwezen, maar later werd wel ontdekt dat er inderdaad bepaalde gebieden in het brein zijn (lang niet alle) die een welbepaalde functie hebben. Dit heeft echter niets te maken met de plaatsen die de frenologie toewees.

Psychologische misvattingen hebben volgens Lilienfeld een aantal kenmerken:

  1.  het zijn vaak stabiele en erg diep verankerde overtuigingen
  2.  ze worden tegengesproken door reguliere wetenschappelijke bewijzen
  3.  ze beïnvloeden de manier waarop mensen denken over de wereld
  4.  ze moeten gecorrigeerd worden omdat mensen correcte kennis in de plaats zouden kunnen stellen.

Alleen maar de mythes aankaarten leidt slechts in 5 à 6,5 procent van de gevallen tot een vermindering van de misvattingen, zelfs wanneer men de mythes aankaart in de introductielessen in de psychologie. Het probleem is dat mensen vaak de mythe onthouden maar de negatieve beoordeling (‘negation tag’) vergeten, een beetje zoals een post-it die van een bord valt.

Hij baseert zich op onderzoek om te laten zien hoe je wel onzin kan bestrijden:

  1.  Je kaart de misvatting aan
  2.  Je legt uit wat mensen geloven
  3.  Je legt uit waarom ze het geloven
  4.  Je geeft de feiten en bewijzen weer waarom het onzin is.

Dit leidt tot een vermindering van 53,7% in het geloof in misvattingen. Wetenschappers noemen dit de “activation approach”.

Mark Twain stelde ook al: “learning new knowledge often requires unlearning old knowledge”.

Waarom vindt Lilienfeld dat misvattingen moeten worden bestreden? Hij geeft daar drie redenen voor:

  1. Ze kunnen leiden tot directe schade, bijvoorbeeld in het geval van rechtszaken. Onterecht gebruik van zaken zoals de Rorschachtest, criminal profiling, de zogenaamde leugendetectortest of te veel vertrouwen hebben in het geheugen van ooggetuigen, kan leiden tot veroordeling van onschuldigen. Een ander voorbeeld is dat ouders die geloven dat straffen helpt (quod non), schade toebrengen aan hun kinderen en het ongewenst gedrag vaak doen toenemen (dit is voor veel mensen heel contra-intuïtief natuurlijk).
  2. Ze kunnen leiden tot indirecte schade, bijvoorbeeld doordat ze mensen massaal veel geld en inspanningen kosten. Ze zouden er ook toe kunnen leiden dat mensen zich wenden tot alternatieve geneeswijzen en de levensnoodzakelijke reguliere behandeling stoppen.
  3. Ze kunnen ons kritisch denkvermogen negatief beïnvloeden. Ons onvermogen om mythes van de realiteit te kunnen onderscheiden, kan gemakkelijk leiden tot een algemeen probleem om feiten van fictie te scheiden in belangrijke gebieden van ons leven. Zij leiden tot misvattingen over genetisch gemanipuleerd voedsel, stamcelonderzoek, kinderopvang enzovoort. Hij geeft als voorbeeld uit de populaire psychologie de 10% mythe van ons brein; we zouden maar 10% van ons brein gebruiken, terwijl onderzoek aangeeft dat wij 100% van ons brein gebruiken.

Mythbusting in de psychologie

Grappig en een beetje schrikwekkend is dat Lilienfeld een aantal mythes uit de psychologie toelicht, die zelfs bij vele professoren en studenten in de psychologie leven, omdat elke generatie van proffen die mythes op zijn beurt reproduceert, zonder kritische reflectie of zelf op onderzoek uit te gaan.

Zo bespreekt hij de mythe van het ‘Hawthorne-effect’, ontstaan op basis van de publicaties van Elton Mayo. De fabriekswerkers van Western Electric in Hawthorne zouden harder gaan werken zijn, alleen maar door de aandacht die ze kregen doordat er voortdurend onderzoekers rondliepen in de fabriek. De mythe wil dat men eerst voor meer licht had gezorgd in de fabriekshal en dat de arbeiders harder gingen werken. Eerst dacht men zogezegd dat dit lag aan de hogere lichtsterkte, maar iemand kwam zogezegd op het idee om het licht – verminderen, en ja hoor de productiviteit nam nog toe. Dit alles berust op een grote mythe, want in werkelijkheid ging het slechts om een vijftal vrouwelijke arbeiders die werden bedreigd met ontslag. Er werden er ook twee daadwerkelijk ontslagen (Adeline en Irene). De stijging in de productiviteit moet worden toegeschreven aan de bedreigingen aan het feit dat twee vrouwen werden vervangen. Deze mythe staat overigens fijntjes beschreven in het hilarische boek van Matthew Stewart: ‘De managementmythe. Managementconsulting, heden, verleden en onzin.’ (blz. 130 en volgende).

In andere mythe die Lilienfeld aanhaalt is het verhaal van Kitty Veronese, die werd aangevallen en met messteken om het leven gebracht. Dit verhaal haalde de voorpagina van The New Yorker. De mythe is dat van de meer dan 38 getuigen niemand belde of hulp aanbood. Bij nader onderzoek blijkt dat er maximaal 12 getuigen waren en dat er een of twee inderdaad de politie belden.

Andere voorbeelden die hij aanhaalde waar het zogenaamde snellezen, waarbij de geclaimde snelheid van het lezen de snelheid van de opbouwbewegingen ruim overschrijdt, en de steun die bekende mensen verlenen aan het verspreiden van onzin, zoals in de acteur Jim Carrey die actief de beweging steunde die beweerde dat vaccinatie tegen mazelen en pokken leidde tot autisme, of de zanger John Lennon van The Beatles die geloofde in de ‘primal scream therapy’. We werden getrakteerd op enkele hilarische YouTube filmpjes over primal scream therapy en ook over de zogenaamde invloed van de maan op ons gedrag (een filmpje met Michael Shermer).

Ook enkele populaire mythes over emoties zoals de mythe dat je een catharsis zou beleven door je boosheid te uiten, en dat je angst kan bestrijden door anders te denken.

Het probleem daarbij is dat iedereen, ook intelligente en hoog opgeleide mensen, vatbaar zijn voor misvattingen en bijgeloof. Ook opper-skepticus psycholoog Michael Shermer stelt:

Smart people still believe weird things, but they are better at rationalizing”.

Tenslotte nog een uitsmijter die de positie van de leden van de vzw en de voorzitter Patrick Vermeren in het bijzonder passend verwoordt:

I am a hardliner on people who spread misconceptions; we academics need to speak out more, including talking to the media”. Scott O. Lilienfeld

Verslaggever: Patrick Vermeren

Comments are closed.

Deel deze pagina

Zoek op de website

Nieuwsbrief

Schrijf u hier in op onze nieuwsbrief. Nooit commercieel, maar altijd informatief!

Evidence Based Partners (klik door)

ad ad ad ad ad ad ad ad ad ad ad