Home » Blog » Ervaring en Cognitieve dissonantiereductie

04-12-2012

Er is een nieuw kortboek op de markt dat liefhebbers van wetenschap en het ontkrachten van mythes zou kunnen interesseren: The Debunking Handbook van John Cook en Stephan Lewandowsky. Zij bieden een alternatief voor de aanpak van Scott Lilienfeld die we eerder op deze site toelichtten en die we gebruiken voor onze beschrijvingen in het trefwoordenregister. Kort samengevat komt het er op neer dat een aantal stappen dienen te worden ondernomen om mythes te ontkrachten:

 

  1.        Communiceer een kernfeit in de kop van je artikel
  2.        Bekrachtig het in de eerste paragraaf en vul aan met wat details
  3.        Probeer het visueel weer te geven op een sprekende manier (beeldmateriaal)
  4.        Waarschuw expliciet dat je nu de foute informatie zal geven
  5.        Beschrijf de mythe
  6.        Leg uit hoe ze kon ontstaan.

 Hierna vind je een link naar een korte bespreking: http://skepp.be/nl/het-debunkinghandboek

En hierna vind je de link om het boek gratis te downloaden: http://www.skepticalscience.com/Debunking-Handbook-now-freely-available-download.html

 En wat met de titel van dit artikel?

Wel, we willen van de gelegenheid gebruik maken om deze twee aspecten van geloof in een onwetenschappelijke methode of instrument onder de aandacht te brengen.

 

Eigen ervaring boven objectieve kennis

Recent kreeg ik een reactie binnen van iemand die na raadpleging van het trefwoordenregister had gemerkt dat een test die men al jarenlang in het bedrijf gebruikte, allesbehalve wetenschappelijk onderbouwd was. De schrijver stelde dat hij ‘reeds vermoede’ dat er iets mis was met de test,  maar voegde er onmiddellijk aan toe: ‘maar we halen er wel goede resultaten mee’. Welke resultaten dit dan waren en hoe deze werden gemeten (werd er bijvoorbeeld met een controlegroep gewerkt?) bleven echter een raadsel.

Mensen stellen hun eigen subjectieve ervaring boven objectief wetenschappelijk onderzoek. Hiervoor is het intuïtieve deel van ons brein, systeem I genoemd door Daniel Kahneman, verantwoordelijk. Er zijn nog flink wat mensen die niet weten dat we ons brein niet kunnen vertrouwen in heel wat oordelen. Sommige mensen zijn wel bekend met visuele illusies die aantonen hoe we ons visuele brein niet helemaal kunnen vertrouwen, maar verdere conclusies trekken ze er niet uit. Die vergissingen van ons brein doen zich echter allesbehalve alleen op visueel vlak voor.

Hoe krachtig de indrukken van systeem I zijn mocht ik enkele jaren terug ook ervaren. Ook al was ik bekend met een meta-analyse waaruit bleek dat ProMES[1] erg goed werkte en leidde tot grote productiviteitswinst (gemiddeld 1.7 standaarddeviatie), vertrok ik angstig naar mijn eerste twee sessies. Ik vroeg me voortdurend af of de methode bij mij wel zou lukken. Deze angst verdween na een paar sessies toen ik merkte dat ze inderdaad goed werkte – de sfeer verbeterde zienderogen en mensen werden enthousiaster om hun eigen prestaties te monitoren. Ondanks heel wat artikels en boeken die de deugdelijkheid van de ProMES-methode beschreven – ze werd in 2011 nog in een wetenschappelijke publicatie gelauwerd als een schoolvoorbeeld van evidence based arbeidspsychologie door de voortrekkers van de ‘Evidence Based Management’ beweging, Rob Briner & Denise Rousseau – nam dit mijn angst niet weg. Ik had mijn eigen ervaring nodig en die gaf mij een groter gevoel van zekerheid dan de duidelijke wetenschappelijke bewijzen voor ProMES, die ik nochtans kende.

Het is een heel natuurlijk fenomeen dat het gevolg is van een evolutionair voordeel – op die manier konden we snel reageren op de omgeving. Maar het vergt dus bewuste aandacht én zelfbeheersing om zich niet over te geven aan zijn eigen subjectieve ervaring. Daniel Kahneman, die beroemd werd om zijn onderzoek naar de feilbaarheid van ons denken, zegt hierover dat dit immers emotioneel comfortabel aanvoelt en weinig inspanning vergt. De wetenschappelijke methode hanteren, namelijk onderzoeken of je veronderstellingen al dan niet kloppen, vergt daarentegen heel veel inspanning. Het kost bijzonder veel moeite om je eigen intuïtie in vraag te stellen.

Kahneman stelt dan ook (terecht) dat heel wat experts zich baseren op hun ervaringen en we er goed aan doen de meesten niet te vertrouwen. Als er een duidelijk voorspelbare omgeving is waarin we langdurig kunnen oefenen en te leren, dan kunnen mensen een betrouwbare expertise opbouwen. Dit geldt bijvoorbeeld voor schaakgrootmeesters en heel ervaren brandweerlui. Beleggingsadviseurs, klinisch psychologen, artsen en politieke wetenschappers zijn volgens Kahnemans onderzoek van de minst betrouwbare. De omstandigheden zijn veel minder voorspelbaar en de frequentie van bepaalde fenomenen te laag om er intuïtieve expertise over op te doen. Beleggingsexperts zijn dan ook heel slechte voorspellers van beurshausses en beurscrashes. Klinisch psychologen overschatten hun oordeel en zelfs hun impact op langere termijn duidelijk. Hun oordeel is veel minder betrouwbaar dan een gedegen testbatterij. Maar de illusie van zekerheid over onze eigen subjectieve ervaring zorgt ervoor dat we dit niet aannemelijk vinden.

Een ander probleem dat dit gevoel van de accuraatheid van de eigen ervaring nog versterkt is de vaststelling dat de meeste mensen geloven dat ze op de meest wenselijke kenmerken superieur zijn aan de meeste anderen. Het grappigste bekende voorbeeld is dat 90% van de automobilisten ervan overtuigd is dat ze een betere chauffeur zijn dan gemiddeld….

Een manier om het eigen gelijk op basis van eigen ervaring te verdedigen is… de wetenschap aanvallen. Hoe vaak hoort men niet de stellingen als zouden wetenschappers elkaar voortdurend tegenspreken, of dat men binnen enkele jaren wel iets anders zal zeggen. Ik reageer dan meestal met twee voorbeelden dat echte goede wetenschap voortschrijdt. De evolutietheorie is er één van: er zijn voor de fundamentele bevindingen van Darwin alleen maar extra bewijzen gevonden, maar men krijgt alsmaar meer details te weten over de mechanismen en soms ontdekt men bijkomende mechanismen (bvb. de epigenetica).

Cognitieve dissonantie en de reductie ervan.

Als mensen iets horen dat tegenstrijdig is met hun overtuigingen (‘cognities’) zijn ze verward. Ze krijgen immers een geluid te horen dat niet in harmonie is met wat ze denken (‘dissonantie’). Ze hebben de neiging om vast te houden aan die overtuiging, zelfs al betreft het maar een strohalm. Ze vertonen ook de neiging om de onaangename gevoelens die gepaard gaan met het idee van een mogelijk foute misvatting (die men vaak al jaren koestert) te onderdrukken. Ze zullen dus deze onaangename gevoelens trachten te reduceren door de cognitieve dissonantie uit de weg te ruimen.

 Een van de bekendste fenomenen van vermindering van cognitieve dissonantie is de manier waarop sekteleden reageren wanneer een voorspelling van het einde van de wereld niet uitkomt. Rationeel zou je verwachten dat wanneer een voorspelling van het einde van de wereld niet uitkomt, men dan logischerwijs de sekte zou verlaten omdat men zich al die tijd bedrogen weet. Niets daarvan echter, het volstaat vaak dat de goeroe met een verklaring komt zoals ‘dankzij onze inspanning is de wereld nu niet vergaan, God heeft ons beloond, maar de datum dat de wereld vergaat wordt…’, om de sekteleden te overtuigen en het niet uitkomen van de voorspelling als een… bewijs te zien van hun gelijk!

Hetzelfde kan je makkelijk merken als je mensen die geloven in typologieën zoals MBTI, confronteert met de ongerijmdheden en onbetrouwbaarheid ervan. In hun ervaring hebben mensen zichzelf herkend (niet moeilijk met zo een positieve en brede formulering en een zelfinschatting…) in het type en al de bewijzen van de problemen met de theorie, de betrouwbaarheid van de test enzovoort worden heel snel opzij gezet. Je mag ze nog zwart op wit onderzoeksresultaten of het oordeel van de COTAN-commissie[2] tonen! Kahneman vertelt in zijn boek Ons Feilbare denken hoe hij in zijn carrière bedrijfsleiders waarschuwde voor fouten maar dat die de dag nadien hun (foutieve) bezigheden gewoon hernamen.

De reductie van cognitieve dissonantie wordt nog versterkt door het consistentieprincipe. Mensen willen consequent blijven met zichzelf en hun eerder gemaakte keuzes. Wanneer men (duur) betaald heeft voor een bepaalde licentie en/of al verschillende jaren bezig is met een bepaalde test of methode, wordt toegeven dat je al die tijd fout zat bijzonder lastig. Je lijkt dan immers ook een onbetrouwbaar iemand, zelfs voor jezelf…

Besluit

Helaas dus, zolang ons brein niet evolueert naar een minder intuïtief brein (dat kan vele honderdduizenden jaren in beslag nemen…) en we niet waarschuwen voor de valkuilen van ons brein tijdens het onderwijs, zullen we altijd op zo een onwetende, maar o zo zelfzekere mensen die het bij het foute eind hebben stuiten…

 

 

De moeite om te lezen:

 

Ons feilbare denken – Daniel Kahneman

The Folly of Fools – Robert Trivers

Irratinaliteit – Stuart Sutherland

 



[1] Een methode om teamdoelstellingen, indicatoren en effectiviteitsmaten te bepalen op een participatieve manier en vervolgens een feedback en oplossingsgericht cyclus op gang te brengen. De methode werd ontwikkeld door Robert Pritchard. De methode is vrij te gebruiken door iedereen, zoals het echte wetenschap past.

[2] Een commissie die psychologische testen beoordeelt, onderdeel van het Nederlands Instituut voor Psychologen (NIP).

Comments are closed.

Deel deze pagina

Zoek op de website

Nieuwsbrief

Schrijf u hier in op onze nieuwsbrief. Nooit commercieel, maar altijd informatief!

Evidence Based Partners (klik door)

ad ad ad ad ad ad ad ad ad ad ad